Proces voorbereiding Nationaal Programma Landelijk Gebied

Het planMER is gekoppeld aan de planprocedure van het Nationaal Programma Landelijk Gebied en daarmee volgend aan het proces. De (proces)stappen om te komen tot een definitief NPLG inclusief planMER zijn hieronder op hoofdlijnen beschreven.

  • Voor het opstellen van het NPLG wordt rekening gehouden met verrijking vanuit vroegtijdige participatie, zorgvuldig onderzoek voor het planMER en termijnen van tervisielegging. Daarvoor moet voldoende tijd zijn. De uitdaging daarbij is dat een versie van het NPLG tijdig (in juli) vastgesteld moet worden als inhoudelijk kader voor het instellen van het Transitiefonds en als grondslag voor de beoordeling van de concept gebiedsprogramma‚Äôs van de provincies. Daarnaast wordt verwacht dat er vanuit parallel lopende processen van het Rijk nog voorstellen worden geformuleerd die in plek moeten kunnen krijgen in het uiteindelijke NPLG, bijvoorbeeld op grond van het landbouwakkoord en de nadere uitwerking van natuurdoelen.

  • Het proces wordt daarom ingericht met een hoofdspoor, dat onder meer belangrijk is voor de tijdige start van het onderzoek voor het planMER en zorgvuldige beoordeling van de effecten van het voorgenomen beleid in het Voorontwerp NPLG. In het voorontwerp hebben we de ruimte om beleidswijzigingen of nieuwe inzichten mee te nemen. Daarnaast wordt voorzien in een aanvullingsspoor waarin aanvullingen ten behoeve van het Ontwerp NPLG mogelijk zijn.

  • De concept NRD ten behoeve van tervisielegging wordt begin maart door de onderraad voor de fysieke leefomgeving vastgesteld en wordt half maart door de ministerraad middels een kabinetsbesluit vrijgegeven.

  • Na participatie en tervisielegging wordt in de definitieve NRD met een Nota van antwoord door de minister voor Natuur en Stikstof eind juni de uiteindelijke scope van het planMER vastgelegd. Het onderzoek voor het planMER is ondertussen al opgestart.

  • In juli stelt de minister voor Natuur en Stikstof (in overeenstemming met de andere ministers) het voorontwerp NPLG vast, ten behoeve de ontwikkeling van de gebiedsprogramma' s en de instelling van het transitiefonds. Eventuele wijzigingen van doelen en structurerende keuzes ten opzichte van het bevriesmoment voor de planMER worden hierin zichtbaar gemaakt. De wijzigingen worden in het nevenspoor voor de planMER onderzocht.

  • In het aanvullingsspoor zijn substantiële aanvullingen mogelijk op doelen en structurerende keuzes van het voorontwerp NPLG (inhoudelijk de versie van half maart, vast te stellen in juli). Deze aanvullingen moeten worden voorzien van een aanvullend planMER.

  • Het streven is om de aanpak van dergelijk aanvullend milieueffectonderzoek te laten voorzien van een tussentijds advies van de commissie MER (ten opzichte van hun advies op de concept NRD).

  • Het ontwerp NPLG en het planMER wordt door de minister voor Natuur en Stikstof in het najaar vastgesteld ten behoeve van ter visielegging.

  • Aanvullingen kunnen gelijktijdig met (dan wel als onderdeel van) het ontwerp NPLG worden vastgesteld door de minister voor Natuur en Stikstof (in overeenstemming met de andere ministers) voor ter visielegging van het ontwerp NPLG en het planMER in september. Indien dit wezenlijk nieuwe structurerende keuzes zijn wordt dit besproken in de ministerraad.

  • Na verwerken zienswijzen en na advies van de commissie voor de milieueffectrapportage en aanvullingen die in lijn liggen met het planMER, kan het definitieve NPLG en Nota van Antwoord na bespreking in de ministerraad worden vastgesteld door de minister voor Natuur en Stikstof in overeenstemming met de andere ministers ten behoeve van bespreking in de Tweede Kamer.