Informatie afbeelding: Richard Zomerdijk

De doelen van het NLPG

Het NLPG richt zich op het toekomstbestendig ontwikkelen van het landelijk gebied en moet daarbij voldoen aan de internationale verplichtingen voor natuur (waaronder de nationale doelen voor stikstof), water en klimaat. Deze internationale verplichtingen zijn vervolgens door vertaald in de volgende concrete doelen zoals is samengevat in Tabel 1. De doelen zijn gespecificeerd in het Ontwikkeldocument Nationaal Programma Landelijk Gebied[1].

Deze internationale verplichtingen zijn vervolgens door vertaald in de volgende concrete doelen, afkomstig uit het Ontwikkeldocument voor het NPLG:

Tabel 1: Samenvattend overzicht regionale doelen Rijk-NPLG

Thema

Doelen

Natuur

30% natuurherstel Vogel- en

Habitatrichtlijn (VHR) (2030)

Richtinggevende landelijke areaal- en kwaliteitsopgave natuur t.b.v. 30% VHR en de gunstige staat van instandhouding (gSvI)

Per provincie een (richtinggevende) ruimtelijke vertaling van benodigde stikstofreductie. Deze inzet is onderdeel van de totaal benodigde stikstofreductie die nodig is voor de landelijke doelen:

  • 2025: 40% areaal met stikstof gevoelige habitats binnen N2000 onder de kritische depositiewaarde

  • 2030: 74% areaal met stikstof gevoelige habitats binnen N2000 onder de kritische depositiewaarde

Areaal opgave per provincie voor nieuw bos (2030), optellend tot

37.400 ha

Resterende opgave areaal per provincie voor Natuur netwerk Nederland (NNN), optellend tot

40.571 ha (2027)

Hydrologische condities N2000-gebieden op orde (2027)

10% groenblauwe dooradering (2050), waarvan de helft van de opgave in 2030 gerealiseerd is

Water

Concentraties nutriënten (P en N) in grond- en oppervlaktewaterlichamen voldoen aan wettelijke normen (2027)

Concentraties gewasbeschermingsmiddelen in grond- en oppervlaktewaterlichamen voldoen aan wettelijke normen (2027)

Grondwaterlichamen voldoen aan de norm voor een goede kwantitatieve toestand (2027)

Beleid, inrichting en beheer aangepast aan het veranderende klimaat. Schade en ontwrichting door weersextremen zoveel mogelijk beperken (2050)

Klimaat (broeikasgassen)

Emissiereductieopgaven broeikasgassen veenweiden voor 6 provincies (2030), als onderdeel van de nationale opgave Broeikasgassen landgebruik optellend tot 1 Mton CO₂ eq (2030)

Landelijke emissiereductieopgave broeikasgassen voor de veehouderij en akkerbouw (mestaanwending in de akkerbouw) van 5 Mton CO₂ eq (in 2030). Nog te verdelen per provincie, op basis van een nog nader te bepalen verdeelsleutel.

Om te voldoen aan de Global Methane Pledge dient met het NPLG in de veehouderij en akkerbouw een methaanemissiereductie van minimaal 3,82 Mton CO₂ eq. te zijn gerealiseerd in 2030.

Landelijke koolstofvastlegging in bomen/bos/natuur van 0,4 – 0,8 Mton CO₂ eq en in landbouwbodems van 0,5 Mton CO₂ eq (2030) (Bomen/

bos/natuur gerealiseerd via bossenstrategie).

Nadere toelichting op onderdelen: natuur

Het hoofddoel voor natuur is dat voor 2030, 30% van het gat naar een gunstige staat van instandhouding overbrugd dient te worden (nulmeting is vastgelegd in de Verordening Natuurherstel[2]). Dit doel wordt ‘30% natuurherstel VHR’ genoemd en omvat drie subdoelstellingen:

  1. Uiterlijk in 2030 worden maatregelen getroffen voor: 

    1. 30% van het areaal beschermde habitattypen dat niet in goede conditie is in goede conditie te brengen, en:

    2. 30% van het extra areaal dat noodzakelijk is voor een gunstige staat van instandhouding van habitattypen en leefgebieden van soorten te ontwikkelen. 

  2. Maatregelen nemen opdat in 2030 voor ten minste 30% van in een ongunstige staat van instandhouding verkerende VHR-soorten en habitattypen een landelijk gunstige staat van instandhouding wordt bereikt dan wel een sterk positieve trend in gang is gezet. 

  3. Uiterlijk in 2030 de landelijke negatieve trends van alle VHR-soorten en -habitattypen zoveel mogelijk stoppen.

Nadere toelichting op onderdelen: water

De waterdoelen zijn wettelijk vastgelegd, zowel voor de chemische als voor de ecologische toestand. Voor de ecologische toestand is gedaan per waterlichaam. Er zijn doelen voor oppervlaktewater- en grondwaterlichamen. Voor grondwater is ook de kwantitatieve toestand van belang. Zie de stroomgebiedsbeheersplannen[3] en de factsheets[4] op het waterkwaliteitsportaal.nl voor specifieke doelen. Het NPLG richt zich op de bijdrage vanuit landbouw en landgebruik aan de kwaliteit en op waterbeschikbaarheid, o.a. met het oog op natuurherstel.

Nadere toelichting op onderdelen: klimaat

Doelen voor Klimaat zijn als volgt:

  • De landbouw heeft een indicatieve restemissieopgave van 18,9 Mton CO2 equivalenten in 2030. Deze opgave moet worden behaald met maatregelen in het coalitieakkoord[5] (NPLG) en verdere uitvoering van het Klimaatakkoord[6] en structurele aanpak stikstof[7];

  • De indicatieve reductieopgave voor veehouderij incl. mestaanwending is 5 Mton CO2 eq. in 2030 t.o.v. de Klimaat- en Energieverkenning 2021[8] (KEV2021) gekoppeld aan de integrale gebiedsgerichte aanpak via veehouderij en akkerbouw;

  • Nederland heeft zich gecommitteerd aan de Global Methane Pledge[9]. Daarmee moet Nederland in 2030 30% minder methaan uitstoten, ten opzichte van 2020. De integrale gebiedsgerichte aanpak van het NPLG in de gebieden moet minimaal 3,8 Mton methaanreductie opleveren (werkdocumenten NPLG 25 november). Afhankelijk van de keuze van maatregelen kan dit als onderdeel van de opgave van 5 Mton gerealiseerd worden. Bij oplevering van de gebiedsprogramma’s wordt ook getoetst of de methaanopgave wordt behaald.

Het Rijk verdeelt de nationale reductieopgave van klimaat voor veehouderij (incl. mestaanwending) van (indicatief) 5 Mton CO2 eq. in 2030 t.o.v. KEV2021 geografisch in het NPLG (per provincie) op basis van huidige CO2-uitstoot per sub sector per provincie.

Hardheid en tijdspad in doelen

De doelen binnen NLPG hebben niet allemaal dezelfde herkomst. Er is verschil als het gaat om de hardheid en aard van de internationale verplichting, de juridische- en ecologische consequenties van het niet nakomen van een verplichting en de termijn waarop aan de verplichting moet zijn voldaan. In het Ontwikkeldocument is aangegeven dat de doelen met het grootste gewicht en de kortste tijdshorizon de grootste urgentie verdienen bij de uitwerking in maatregelen.

  • 1 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2022/11/25/ontwikkeldocument-nationaal-programma-landelijk-gebied
  • 2 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/10/14/kamerbrief-bij-bnc-fiche-verordening-natuurherstel
  • 3 https://iplo.nl/thema/water/oppervlaktewater/kaderrichtlijn-water/stroomgebiedbeheerplannen/
  • 4 https://www.waterkwaliteitsportaal.nl/
  • 5 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2022/01/10/coalitieakkoord-omzien-naar-elkaar-vooruitkijken-naar-de-toekomst
  • 6 https://www.klimaatakkoord.nl/
  • 7 https://www.aanpakstikstof.nl/
  • 8 https://www.pbl.nl/publicaties/klimaat-en-energieverkenning-2022
  • 9 https://www.globalmethanepledge.org/